boisheim-venlo / venlo-swalmen / boisheim-dalheim / swalmen-brggen-herkenbosch-swalmen / roermond-dalheim / swalmen-roermond


vervolg van

Het Maas-Swalm-Nettepad


Woensdag 30 augustus 2006 van Venlo naar Swalmen, 25 kilometer.

Het is een vochtig en niet al te warm dagje vandaag. Ik ben vroeg van huis gegaan, zodat ik op mijn akkertje kan lopen en vooral kan treuzelen als ik daar zin in heb. Een paar kilometer buiten Venlo gaat de route het hoge gras in, het Maasveld. Het is daarnet begonnen zachtjes te regenen en mijn poncho is al gereed, maar nog niet aan. Mijn gamaschen al wel, en die heb ik de hele dag ook niet meer afgedaan; ze komen nu wel van pas. Tot aan -het klooster van- Steijl loop ik, inmiddels wel in poncho, langs de Maas tussen grote grazers, over smalle paadjes door kniehoog onkruid en geniet. Regen heeft ook zijn charme. Je wereld wordt kleiner, intenser.



In Steijl is de eerste beste gelegenheid voor warme chocomel nog gesloten. Maar er staan tafels en stoelen buiten onder hele grote parasols, dus ik vind er een droog plekje, neem mijn thermosfles, een mok en wat poeder en mix mezelf een gloeiend hete chocomel. In mijn uppie op het verder lege terras word ik af en toe wel raar aangekeken, maar het is goed toeven en de waard lacht zich een kreukel. Als ik weer aanloop is het droog geworden en komt wat later zelfs de zon tevoorschijn. Nog steeds langs de Maas zie ik in de verte een grote stuw, maar eerst loop ik over de Aalsbeek. Het is een helder beekje van enkele kilometers die in de Maas uitmondt, ontsprongen als kwelbron aan de rand van het hoogterras. Ik sta op het bruggetje, maar een paar meter van de Maas verwijderd en wil een foto maken, als vanonder mij een felblauwe pijl vlak boven het watertje stroomopwaarts schiet. Een ijsvogel. Bij de stuw buigt de route van de Maasoever weg.



Nu niet meer aan de Maasoever loop ik Ronckenstein in. En weer uit. Dat ging zo snel, dat ik nog eens terugloop. De Schelkensbeek heeft zich even iets verbreed en met het oude huis zo erlangs, de zwanen en eenden erbij is het een mooi plaatje. Maar het gaat weer regenen en ik krijg trek, dus ik loop weer aan, om me heen kijkend of ik ergens een mooi plekje vind om wat te eten te maken. Een kapelletje dient zich aan. Is het heiligschennis als ik er schuil en eet? Droog is het wel, en onder begeleidend en bedelend geblaf van mijn knappe vriendin smeer ik er mijn brood en deel het met de bulldog, zodat ze tenminste stilhoudt. ;-) Als ik vertrek rent ze nog drie keer met me mee, want ik vergeet mijn routeboekje, dus kan weer terug naar het kapelletje. Een extra kroel door het hekwerk ten afscheid en ik loop weer verder.


De buien worden zwaarder en feller, de wolken halen me steeds weer in, waardoor ik af en toe echt blij ben even te kunnen schuilen, al is het maar uit de wind achter een dikke stam. Maar na regen komt vandaag ook steeds weer zonneschijn.


Als het weer wat opklaart, zie ik naast me in de diepte een klein beekje kronkelen. Alles is nat, de bomen, de begroeiing, de grond op de helling naar het beekje is spekgladde klei en ik wil even daar beneden kijken. Ik kom heelhuids beneden en geniet. Dit soort stroompjes hebben een enorme aantrekkingskracht op mij, prachtig. Bij het weer omhooggaan naar de route, glijd ik dan toch nog uit en modder tooit mijn handen. Langs kersen, peren en appels vervolg ik mijn weg. Zo nt niet rijp die appels, dus met dat zurige smaakje er nog aan, dan zijn ze het lekkerst en lessen de dorst nog goed. Als ik wat verderop in de berm van een zandweg in een prachtige tuin sta te gluren, komt er een busje met aanhanger achter me langs gereden, door de plassen uiteraard. Ik voel hoe het tegen mijn bovenbenen spat en naar beneden glijdt. Lang leve de poncho en gamaschen, alles eronder is droog gebleven. De kilometers gaan me in de benen zitten, want ik heb door de regen minder rust genomen. Daarom pak ik het eerste beste tafeltje en dat is bij de Grauwe Beer, een windmolen uit 1604. In de drup maak ik een hete chocomel en prijs mijn poncho alweer.

Ik loop liever niet op kaart of tekst, wel op markeringen maar moet een stuk verderop toch even het boekje erbij pakken. Ik kom aanlopen bij een enorm plas-drasgebied, wat later de buiten de oevers getreden Swalm blijkt te zijn. Langs een wal loopt de route, hoewel deze eerst over de wal liep. Ik zie binnen enkele stappen waarom de route is verlegd naar voor de wal langs: het herbergt een joekel van een dassenburcht en het lopen over de wal doet de burcht verzakken. De Swalm staat zo hoog, dat de onderzijde van het houten bruggetje gelijkstaat met het water. Voordat de route onder het spoor zou doorgaan, is de weg omgeleid vanwege werkzaamheden. Ik kruis er nogmaals de hoogstaande Swalm bij de achthoekige donjon-rune Ouborg en kom pal bij het stationnetje uit, koop mijn kaartje en plof met baggerschoenen, poncho en voldaan gemoed op een bankje.




>> Vervolg van het Maas-Swalm-Nettepad >> klik hier >>